Column

nr. 21, 12-6-2020

Friemelen


Al ruim 20 jaar kennen Joke (column Glimmen) en ik elkaar. Ik ben -in Jokes termen- haar pleeggezin. In de afgelopen jaren gingen we samen op stap: naar de stad, de dierentuin, op bezoek bij haar zus of mijn vrienden. In al die tijd zijn we nooit erg aanrakerig geweest. Dat past niet bij Joke en het past niet bij mij. Naar mijn idee vonden we beiden deze manier van omgang prima.
Een paar weken voor de coranatijd werd Joke ziek. Toen ik haar bezocht was de gewone conversatie tussen ons niet mogelijk. Ze was te moe om zomaar een praatje te maken. Maar af en toe kwam de oude Joke weer even tevoorschijn. Ze keek vanaf haar bed spiedend om zich heen en stelde gedecideerd: ‘Aan de deur wordt niet gekocht!‘.
Omdat onze gewone wijze van omgang niet meer ging, pakte ik haar hand: tactiele communicatie. Zoveel had ik inmiddels wel opgestoken in de praktijk: dit zou best wel eens kunnen werken. Zelfs bij ons. Het voelde onwennig, maar Joke hield mijn hand stevig vast en liet niet meer los. Ik masseerde haar handrug en vingers. Joke reageerde met handknepen. Zo zaten we enige tijd hand in hand.
Op een gegeven moment, nadat ik haar handen weer gemasseerd had, keek ze me geïrriteerd aan. Vanuit het ogenschijnlijke niets beet ze me toe: ‘Zit toch niet de hele tijd aan me te friemelen!‘. Het is vast niet respectvol, maar ik schoot in de lach. Zo typisch Joke.
Na ruim twee maanden bezoekverbod, mocht ik onlangs weer op visite: met handschoenen aan en een mondmasker op. Ook dat voelde raar. Conversatie was er nauwelijks: ze was te moe en te zwak. Gelukkig voor haar was de regel ‘1,5 meter afstand minstens’ ook van kracht.

Mijn gefriemel werd haar bespaard.


►Klik hier voor eerder gepubliceerde columns.