Column

nr. 11, 16-7-2019

Mogelijkheden 


Vorige maand ging mijn lang gekoesterde wens in vervulling: vakantie in IJsland. Wat een prachtig land.
Vreemde lavaformaties. De aarde die van binnenuit zachtjes aan de oppervlakte pruttelt met adem die zwaar naar zwavel ruikt; een dreigende opmaat om vuur te spuwen. Gletsjermeren met knalblauwe ijsformaties. Teletubbies-landschappen die echt waar zijn. Diepzwart strand met duizenden heldere ijsklompen. Paarden die elkaars haren plukken. Geisers die vanuit ogenschijnlijk niets ineens metershoge fonteinen spuiten. Watervallen met regenbogen. Diepe kraters. Zeehonden die met elkaar flirten en decent onder water paren.
Wat voelde ik me bevoorrecht dat ik dat mocht zien.
En wat heb ik vaak gedacht aan mensen die dat voorrecht niet hebben. Beperkte financiële middelen, ernstige lichamelijke beperkingen, prikkelverwerkingsproblemen, geen steunend sociaal netwerk, geen notie van wat de aarde aan moois biedt, …
Tijdens de vakantie kwamen we vaak dezelfde mensen tegen: die reisden hetzelfde traject in eenzelfde tijdsbestek. Een camper met achterop een sportieve driewiel-rolstoel kruiste een aantal malen ons pad. De camper behoorde toe aan een gezin met moeder, vader en twee jongvolwassen kinderen, waarvan een met ernstige meervoudige beperkingen.
Ze genoten zichtbaar van het land. Hindernissen voor de rolstoel werden met vereende krachten overwonnen. Ze zullen waarschijnlijk niet over het losse lavagrind naar de top van de krater zijn gelopen of vanaf de lastig bereikbare bergtop de gletsjer beneden hebben bekeken. En ze zijn vast ook niet over het spekgladde, smalle pad achter de waterval geglibberd.
Maar ze zagen, hoorden, voelden, roken de gletsjermeren, de zeehonden, de lava, de paarden, de geisers, de watervallen, de pruttelende aarde.
Een gezin, een sociaal netwerk negeerde de beperkingen. Het zag en benutte de mogelijkheden.
Wat voelde ik me bevoorrecht dat ik dat mocht zien.


Voor Martin, die vooral de mogelijkheden ziet.


►Klik hier voor eerder gepubliceerde columns